Geplaatst door: 
Verhaal

Het bombardement op Goor en de weken daarna

Auteur: 
Engelbert Spoor

Zaterdag, 24 Maart 1945. Het was een mooie heldere zonnige dag. Mijn moeder zei: "Je gaat eerst  melk halen"*) en ik wierp tegen: "Neen ik ga eerst naar Harry Boswinkel die heeft nog oude rolschaatswieltjes" Gelukkig heb ik naar mijn moeder geluisterd, anders had ik dit niet kunnen schrijven en was ik ook slachtoffer van het bombardement geworden

Met de fiets op pad zie ik op de Rijssenseweg ter hoogte van de Tip waar de weg net het hoogste is, een groep bommenwerpers een vreemde beweging maken. Ben aan de kant van de weg gaan zitten. Een enorme lawaairoffel maakte me duidelijk dat ze in de richting van Goor hun bomlading hadden laten vallen. Als een gek ben ik naar Goor gefietst. Inmiddels was aan de stofwolk te zien dat Goor het doel was geweest. Thuis aangekomen stonden mijn ouders aan de voordeur en vertelden mij  "Mien (mijn  zuster ) is Goor in". Met fiets en al ben ik Goor in gerend. Door de hoeveelheid stof kon je niet alles goed zien. Om te zien of mijn zuster tot de slachtoffers behoorde  heb ik alle dode, op straat liggende, slachtoffers trachten te identificeren. Eerst vond ik mijn buurman Veltkamp, aan de andere kant van de straat een aantal dode moffen. Het is te gruwelijk om het verder te omschrijven. Mijn zuster kon ik niet vinden. Ter hoogte waar nu de wereldwinkel is kwam een jongetje huilend op mij af, zijn hemdje omhoog houdend, zijn buikje met allemaal gaatjes van bomscherven. Naast de angst in zijn ogen is mij, hoe vreemd ook altijd bijgebleven, dat er helemaal geen bloed te zien was. Ik heb hem naar het huis van Dokter Lieneman gebracht waar ook andere gewonden aankwamen. Achteraf bleek mijn zuster Mien bij haar vriendin Betty Weyenberg te zijn geweest. Overigens aan de rand van de plaats waar de bommen neerkwamen.

Heel anders verging het mijn, toen toekomstige echtgenote Miny ten Hove.(waar ik nu bijna zestig jaar mee getrouwd ben). Als door een wonder bracht zij het er levend vanaf. Zij vluchtte met de buurvrouw en haar moeder en broertje Bram, gealarmeerd door gierende bommen, de openstaande keukendeur van de buren de familie Jebbink binnen. Praktisch op het zelfde moment ontplofte in de brede gang tussen beide woningen, waar zij zich zojuist hadden bevonden, een scherfbom. Een buurtbewoner die niet zo snel kon wegkomen werd dodelijk getroffen. De gehele zijmuur van hun woning werd volledig weggevaagd. De verwondingen van de in de keuken gevluchte mensen bleven beperkt. Ondanks de vele in de keuken aangetroffen scherven.

)* Melk halen betekende voor mij met de fiets voorzien van fietstassen met daarin metalen beddenkruiken, bij de voor ons bekende boeren, hier een halve en daar een hele liter melk te kopen. (Thuis stond een stopfles met een houtenstop met daar door heen een steel met aan de onderkant een schijf met gaatjes. Voor dat de melk opgedronken  werd, werd deze afgeroomd en deze room in de stopfles tot boter verwerkt door de schijf in de fles op en neer te bewegen).


Veedrijven

Het was een doordeweekse dag. Ik was gaan kijken in de timmerwerkplaats achter het huis van onze buurman Veltkamp. De moffen hadden daar drie Amerikaanse personen auto's heen gebracht. Kennelijk ergens gevonden en in beslag genomen. Ze sneden met branders de boven achterkant van de carrosserie af, en bouwden daar met behulp van triplexplaten een laadgedeelte op. Vervolgens werd alles groen gespoten en zo hadden ze een gecamoufleerde pick-up. Ik stond daar naar te kijken toen plotseling een mof  met een geweer in aanslag binnen kwam, en mij toesnauwde "Kommen Sie mal mit"  Verderop in de Kerkstraat waren moffen ook bezig mensen op te pakken. Daar was Anton Grobben uit Borne, die bij zijn familie Moshage verbleef, de klos. We werden naar het slachthuis geleid. Daar troffen we nog drie Gorenaren aan, waarvan mij de namen zijn ontschoten, maar die evenals wij op straat opgepikt waren. Wij moesten 21 magere koeien naar de slachterij in Borculo brengen. De koeien waren met touwen in groepjes van vier en één van vijf aan elkaar gekoppeld, zodat we ieder een stel hadden. Overeenkomstig de "wens" zijn we onder bewaking  van de moffen (zij op de fiets, geen gezicht.) op pad gegaan. Tussen Goor en Diepenheim begon de ellende al. De touwen waren niet te best en begaven het, de een na de ander. Er zat niets anders op dan de koeien voor ons uit te drijven. Het gevolg was dat bij iedere zijweg of  toegang tot bij voorkeur een weiland, de koeien van de normale weg afweken. Zo zwoegend en zwetend kwamen we na uren tussen Gelselaar en Geesteren aan. Op het vlakke gedeelte juist voor Geesteren kreeg een drietal Engelse jagers ons in het vizier. De moffen en wij in dekking. Ze scheerden enkele keren laag over ons heen en verdwenen aan de horizon. Ik denk niet dat ze nadien vaak een dergelijk tafereel hebben meegemaakt. De koeien hadden de kans schoon gezien en hadden zich over de vlakte verspreid. Eindelijk in de avond bij de slachterij aangekomen bleken we maar twintig koeien over te hebben. We werden niet "Entlassen" of ook de 21e koe moest worden afgeleverd. Die lag zo wisten we ergens onderweg, door vermoeidheid door de poten gezakt. Goede raad was duur. Echter niet voor Anton Grobben. Hij wist te vertellen dat wanneer je van een koe de staart strak trekt en tussen twee stokken klemt, één boven en één onder de staart en dan hard van voren naar achteren  en omgekeerd  beweegt, de koe vast wel wilde lopen. Zo gezegd zo gedaan. Wonder boven wonder hebben we door steeds maar weer, wanneer de koe het begaf, deze methode toe te passen, ook de laatste koe afgeleverd. Na als dank, een stuk worst te hebben mogen nuttigen, zijn we na ontvangst van een schriftelijke vrijgeleide om ons de komende nacht op de weg van Borculo naar Goor te mogen bevinden,  "verkwikt" op weg gegaan.(Na acht uur 's avonds mocht je je niet op straat bevinden).

Zie bijgevoegde vrijgeleide.

Een week lang wachten op de bevrijding

In het algemeen zie je als jeugdige niet zo gauw de gevaren, maar in oorlogstijd met een Duitse bezetting kan dat gevaarlijke consequenties hebben. Ik denk dat veel ouders toen zich grote zorgen maakten over het doen en laten van hun kroost. In ieder geval mijn ouders wel, en daar was ook wel reden voor.

Als jongens kregen we tegen het einde van de oorlog, na een reeks van oorlogsjaren aardig inzicht wat je je kon permitteren t.a.v. de moffen. De slechtste moffen werden steeds beroerder (voor zover dat mogelijk was) en de gematigden begonnen aan hun eigen hachje te denken.

Begin April 1945 dachten we eindelijk bevrijd te worden. Er brak echter nog een enerverende week aan in Goor. De Engelsen doorgedrongen tot het Twentekanaal werden gestuit door de opgeblazen bruggen over het kanaal en het verzet van de SS-moffen. Alle bewoners ten zuiden van de Kerkstraat, Grotestraat enz. werden bevolen hun huizen te verlaten omdat dit gebied als zg. Sperrgebiet werd aangewezen en waar je dus niet mocht komen,ze  moesten elders onderdak zoeken. Mijn ouders kwamen samen met mijn broer Herman bij boer Beltman terecht. Mijn zuster Mien en ik vonden onderdak bij Hutten Hanna in Elsen. Na één nacht hield ik het al niet langer vol en vertrok richting Goor waar ik tot aan de bevrijding bij onze overburen de familie Sanders verbleef.

Al in het begin van de week kregen we de indruk dat de bevrijding nu slechts een kwestie van uren was. Wim Hemmink en ik vatten het idee op om eens boven in de toren te gaan uitkijken hoe ver het er mee stond en om eventueel de vlag op de toren te zetten. Het leek ons nog lang niet zover. Nauwelijks beneden gekomen, staan we net met bakker Doeschot te praten, die uitkeek naar zijn achter in de Kerkstraat aankomende  evacueetjes, toen het vuur losbarstte en de toren beschoten werd. Een grote plaat zink kwam naar beneden. De val werd gelukkig gebroken door de boven ons bevindende elektrische leidingen van het bovengrondse elektriciteitsnet. Ons huis, juist naast de toren gelegen kreeg ook de nodige schade.

In de villa van de familie Reerink zaten die week nog verscheidene moffen. De tuinen van Reerink en ons huis grensden aan elkaar. De moffen hadden achter de villa tegen het terras aan een prachtige tweecilinder BMW staan. Benzine hadden ze er niet voor. Ik dacht, na de zaak eens goed verkend te hebben, als ik de lucht uit de banden laat krijgen ze hem niet mee. Er ging echter één en ander mis. Het ventiel schoot los en maakte zoveel lawaai dat de aan de voorkant op wacht staande soldaat werd gewaarschuwd. Ik kon nog net over de schutting naar onze tuin wegvluchten achtervolgd door moffen. Via de brievenbussleuf van de voordeur van Sanders kon ik volgen hoe alles bij ons huis werd afgezocht .Enige dagen later zagen we hen met een paard en wagen met daarop de BMW wegtrekken.

We stonden op een middag aan de straat te kijken bij moetje Keuzink voor de deur toen Keuzink plotseling zei: "Wat hebt ze door op de koare?". Een stel moffen trok op een handkar voorbij met daarop voor het geoefende oog van Keuzink een ingepakt lijk. Keuzink was wat ze toen noemden doodgraver op de algemene begraafplaats. Toen hij  enige tijd later op het kerkhof ging kijken kwam hij met de mededeling:  Ze hebt er een doje "Blitzmädel" neer'eleg. Hoe het verhaal afgelopen is weet ik niet meer.

Op een bepaald moment stonden de ramen van een leslokaal in de Laarstraatschool open. Wie dat gedaan heeft weet ik niet, ook niet waarom ik daar juist aankwam. Wat bleek,  dr. Lindeboom was druk bezig de in het leslokaal opgeslagen kazen door de openstaande ramen naar buiten te gooien voor de grijpgrage handen van menig tuindorpbewoner. Ik heb hem daarbij een handje geholpen totdat ik er achter kwam dat in het lokaal er naast pakken vol met chocolade lagen .Op de grote pakken in cellofaan verpakt stond:" Für Panzer Bemannung ".

Met twee grote pakken, meer kon ik niet dragen, loop ik door de gang naar de dubbele deuren, die geheel openstonden en toegang gaven tot het daar achterliggende schoolplein,  komt daar op eens mijn vriend Mettens, de commandant van het depot Goor die ik nog kende van een vorig voorval, aanstormen met de revolver in de hand. " Zurück, Zurück" commandeerde hij. Hij had me meteen herkend. Veiligheidshalve heb ik het bevel maar opgevolgd en de chocolade achter gelaten, hoewel het me door een hard bot ging.

Veel moffen uit de omgeving van Goor hadden lucht gekregen van de hier opgeslagen hoeveelheden artikelen. Op allerlei manieren probeerden zij ook hun graantje mee te pikken. Zo stond een groep moffen onder de geopende deuren van de eerste verdieping van de werkplaats van de fabriek van Jannink in de Waterstraat, de door anderen naar buiten gegooide sigaretten, sigaren en tabak op te vangen. De hoeveelheden waren enorm. Nu was het daar Sperrgebiet, je mocht er dus niet komen. Aangetrokken door de grote hoeveelheden die tussen de moffen op de grond vielen, hetgeen op enige afstand duidelijk  was waar te nemen, begaf ik mij ook naar de meer directere plaats om er ook iets van mee te pikken, hetgeen ook lukte.

Ik wou me juist uit de voeten maken, toen een mof met een fiets,  me met een vuurwapen bedreigde en  beval hem te helpen. Hij had twee jute zakken boordevol met rookartikelen verzameld en kon het alleen niet begapen. Lopend zijn we via de Kerkstraat, waar de diverse buren me nakeken, richting de Rijssenseweg gegaan. Bij de  boerderij van Koeleman komen we meester Bosman tegen, ik wist dat hij een fervent roker was want ik had bij hem in de klas gezeten, duwde hem uit de jute zak een doos sigaren in de hand om hem vervolgens verbaasd achter te laten. De mof had me inmiddels verteld dat hij naar Raalte moest. Hij zag waarschijnlijk het onmogelijke van de situatie ook in, hij liet me gaan. Voor zo ver ik kon nagaan heeft hij daar in de omgeving ergens een deel van de buit verstopt en is met de rest op de fiets richting Raalte vertrokken.

Reacties