Geplaatst door: 
Verhaal

De laatste maanden voor de bevrijding van Goor

Herinneringen aan de tweede wereldoorlog van Engelbert Spoor.
Deel III - De laatste maanden voor de bevrijding van Goor.

Toen de geallieerden optrokken richting Noorden en België en vervolgens Brabant bevrijdden om uiteindelijk bij Arnhem door de moffen te worden gestuit, kwam in onze omgeving een ware volksverhuizing van moffen tot stand, voor de vijand vluchtend in allerlei voertuigen, praktisch steeds iemand op het spatbord of elders op de uitkijk. Ik fietste op de Deldenseweg richting Delden. Waarschijnlijk was er iets gebeurd bij Delden. Samen met Bernhard Slaghuis die naar het zelfde doel wilde, fietsten we ongeveer ter hoogte waar nu "Van de Riet" zijn bedrijf heeft. Op de weg met behoorlijke tussen afstanden vluchtende moffen met vrachtwagens. Plotseling stopt naast ons een vrachtauto en renden de moffen uit de vrachtwagen als een gek weg. Meteen  hoor ik een vliegtuig met angstaanjagend geluid aankomen. Ik kon nog net tegen Bernhard roepen "In de sloot", direct daarna vlogen de kogels ons om de oren. Het bleken drie jagers te zijn.

Dwars op de weg achter elkaar aanvliegend namen ze de vrachtwagen onder vuur, draaiden aan de andere kant om vervolgens van die kant opnieuw het vuur te openen. Ik had al gauw de wijze van aanvallen door. Als de derde machine over was, zei ik "Naar de andere kant van de sloot", want af en toe sloegen de kogels in de bovenkant van de sloot. Na enige tijd begon de vrachtwagen en de omgeving te branden en moesten we de sloot verlaten. Na het derde vliegtuig zijn we de sloot ontvlucht. Ik dwars op de weg, Bernhard is schuin weg naar een boerderij gevlucht. Toen we elkaar na het avontuur weer vonden bleek hij een broekspijp van onderen tot aan het kruis aan het prikkeldraad te hebben opengehaald. Op de weg terug naar huis zagen we nog enkele brandende wrakken.  Nu was het ons duidelijk geworden waarom de moffen zo scherp het luchtruim afzochten. Voortaan heette het "Loekie Loekie". Langs de kant van de weg verschenen z.g. eenmansgaten. De moffen lieten zich overdag zo weinig mogelijk zien. De geallieerden heersten in de lucht. Omdat het front zo dichtbij gekomen was konden de jagers met hun kleine actieradius overal dreigend aanwezig zijn.

De periode nadat de geallieerden voor de Rijn tot stilstand waren gekomen tot aan de bevrijding was zeer hectisch. Voor een goed verstaander dien ik te vertellen dat we in deze periode als gevolg van de oorlogstoestand niet meer naar school in Hengelo gingen. We hadden niets te doen en verveelden ons mateloos. Ik herinner me verschillende voorvallen.

Zo was Goor in een depot veranderd met allerlei artikelen die in een oorlog noodzakelijk waren en snel naar het front moesten  kunnen worden aangevoerd.  Veel voedsel was op diverse plaatsen opgeslagen. De koelhuizen van Moormann lagen vol met vlees. De school in de Laarstraat lag vol met kaas en zoals mij later bleek ook met chocolade. Sigaretten, merk Consi, sigaren en tabak bij de fabriek van Jannink. Groente bij de "Landbouw" in de Laarstraat. Ingekuilde aardappelen op het terrein van de Eternit. Munitie op een weiland aan de Iependijk waar nu het huis van wijlen Dr. Vrijman staat enz. enz.. De garage van Bartje Wiegerinck en de villa van Reerink, naast de kerk op de Diepenheimseweg waren gevorderd.   

In een gebouw van de toenmalige "Landbouw", direct grenzend aan de Laarstraat lag witte kool In de muur ontbraken enkele stenen.  Door nog een paar stenen uit de muur te wrikken kon er net een kool door. Ik vond een stalen elektrische pijp en door kool hieraan te prikken was het een koud kunstje iedereen die kool wilde hebben, hiervan te voorzien.

Juist nadat iedereen was voorzien, verscheen een in Goor als de "Prutführer" bekendstaande Landwachter, met  fiets, het geweer aan de lange stang van de fiets gebonden. 's Avonds, het was al acht uur geweest, ik was niet thuis ondanks dat na achten niemand meer op straat mocht zijn, komt Mettens, de hoogste commandant van het depot in Goor bij ons aan de deur en stormt meteen door naar de woonkamer om mij mee te nemen. Mijn moeder verbaasd antwoord gevend dat haar zoon nooit kool zou stelen en volhoudend dat de Landwachter zich vergist moest hebben. Waar ik was wist ze naar eer en geweten ook niet. Overigens achter de deur naar de keuken lagen de kolen op de keukentafel. Het einde van het liedje was dat ik mij de volgende morgen, met een koffertje met kleren moest melden op zijn kantoor bij Moormann.

Daar heb ik de hele dag in een hoek van het kantoor gezeten, bewaakt door een grote herdershond. Bij de minste beweging gromde hij vijandig. s Avonds heeft Metten me laten gaan.
Hij bleek niet de slechtste te zijn.

Vanaf mijn jeugd was ik al geïnteresseerd in alles wat met techniek te maken had. Het was dus ook niet te verwonderen dat ik veel bij onze overburen de familie Sanders over de vloer kwam. Sanders had reeds voor de oorlog een z.g. Radiocentrale.

(Een kabeldistributiesysteem met vertakkingen door heel Goor. Wanneer je abonnee werd kreeg je een luidspreker in huis en kon je naar de Nederlandse radio luisteren. Daarnaast was er op gezette tijden een grammofoonplaten programma met als omroeper Jan Nannings.)

 

Wim Sanders, zijn zoon, was  op allerlei terreinen van de techniek zeer begaafd en had al zeer vroeg een eigen radio- reparatiewerkplaats. Door veel bij Wim in de werkplaats te komen had ik al snel een eigen grammofoonversterker en een zelfgemaakte grammofoonplaten draaitafel. Toen iedereen bij verordening van de moffen zijn radiotoestel moest inleveren en mijn ouders dat ook deden, kon ik nog steeds in een  geluiddempende vaste kast op de logeerkamer met een zelf gemaakte radio naar de Engelse zender luisteren en grammofoon plaatjes draaien. Dit laatste was nodig omdat niemand in de laatste oorlogsjaren meer over een aansluiting op het openbare elektriciteitsnet beschikte en mijn vader niet wilde dat deze zeer strafbare overtreding aan het licht zou komen.. Het luide geluid van muziek zou verraden dat wij dat wel hadden. Ik had namelijk clandestien een aftakking voor de meter gemaakt, daar waar destijds de bovengrondse leidingen ons huis binnenkwamen. Van de radio wist niemand iets, van de grammofoon wel, want de plaatjes draaide ik toch weleens op mijn slaapkamer. Op een avond, het was donker, hoorde ik opeens een moffenstem onder mijn slaapkamerraam. Het bleek een jonge mof te zijn, amper iets ouder dan ik. Hij wilde wat huiselijkheid en was op mijn muziek afgekomen. Noodgedwongen hebben we de hele avond met elkaar gesproken. Hij was op doorreis naar het front. Wim heeft nog tot aan het einde van de oorlog zijn werkplaats kunnen behouden. De  vaste Duitse bemanning van het z.g. "Luna park". hadden na het inleveren van de radiotoestellen door de Nederlanders de beschikking gekregen over de mooiste exemplaren, maar die gingen ook weleens kapot. Zij kwamen bij Wim in de werkplaats om deze te repareren. Nu waren de Duitsers van het Lunapark niet de slechtste, er werd door dit soort contacten ook wel  informatie doorgegeven bv. op komst zijnde razzia's.

Op alweer een mooie Zondagmorgen was een vliegtuig neergestort in de buurt van Wiene. Het was altijd de kunst om voor de moffen bij zo'n wrak te komen om bv. plexiglas (waar je met een figuurzaag mooie dingen van kon maken) of in mijn geval ook radio-onderdelen te bemachtigen. Om precies te zijn, het vliegtuig was links op een weiland aan de weg, juist voor de laatste boerderij voor de brug over de zijtak van het Twentekanaal, terecht gekomen  Het bleek een Duitse jager te zijn, op de grond geëxplodeerd met de piloot nog in het toestel.

Van het vliegtuig en de piloot was niet veel over. Menselijke lichaamsdeeltjes lagen verspreid over het weiland. De boer ging met een greep rond over het weiland en riep tegen iedereen die het maar horen wilde, terwijl hij stukjes menselijk vlees aan de greep stak: "Ik wil geen mof op mien land". Het was een verschrikkelijk gezicht. De darmen van de piloot hingen in de boom.

Ik vond de helft van een koptelefoon met in het kussen van de koptelefoon het bloedige oor van de piloot. Vol walging ben ik huiswaarts gegaan. Thuis aangekomen, het was net middagetenstijd, kregen wij bij uitzondering allemaal een heel klein stukje biefstuk op ons bord, ik sneed de biefstuk door en zag het rood van het vlees .Sinds dat moment kan ik, toch al geen grote vleeseter, geen biefstuk meer zien.

Op alweer een mooie heldere dag sta ik samen met Jan Kuiper in de Grotestraat bij de smederij van zijn vader, waar enkele moffen aan een buitgemaakte jeep aan het lassen zijn, toen een vliegtuig neerstortte. Zo te zien in de richting van Markelo. Meteen hing er een parachute in de lucht. De moffen pakten hun geweren en begonnen als gekken op de parachute te schieten. Nu ging het verhaal als je de parachute raakte, deze scheurde en de persoon die aan de parachute hing neerstortte. Wij op weg richting Markelo. Inderdaad net over en onder aan de linker kant van de Herikerberg op een heideveld  waar de nettenfabriek van Jannink de netten droogde, was een Duits vliegtuig neergestort. Totaal uitgebrand. Het bleek achteraf een van de weinige Duitse straaljagers geweest te zijn

 waar de moffen tegen het einde van de  oorlog al over beschikten. De clou: de moffen schoten op hun eigen piloot.

Het was ook in deze periode  dat de manlijke Goorse bevolking van een bepaalde leeftijd zich op een dag moest melden  op de Grote Sociëteit. Je kon er gewoon niet omheen. Wat bleek, de uitverkorenen moesten zich iedere dag melden bij de weide achter Koeleman op de Markeloseweg om aldaar loopgraven te graven. Ik wist bij de selectie, de achter tafels zittende moffen ervan te overtuigen dat de van school opgelegde taken erg belangrijk waren en kreeg als vrijstellingsbewijs een rood stempel met paraaf op mijn persoonsbewijs. (zie kopie van bijgevoegd persoonsbewijs).

Tot mijn stomme verbazing kreeg mijn vader geen vrijstelling. Hij is overigens daar nooit aan het graven geweest. Waarom weet ik niet meer.

Ook in deze tijd waren er steeds meer razzia's. Wie dat wilde kon in de toren of boven het plafond van de kerk een schuilplaats vinden. Een raampje boven de consistoriekamer van de kerk was zeer gemakkelijk uit te nemen. Via het dak van de schuur in onze tuin kon je het raampje bereiken. Eenmaal op de zolder van de consistoriekamer gaf een klein deurtje toegang tot de gewelfde trapopgang van de toren, aldus de zware afgesloten trapopgang vermijdend.

Om het hoogste puntje van de toren te bereiken moest je geen hoogte vrees hebben. Via gammele ladders en even gammele tussenstations keek je tot op de begane grond naar beneden. De moffen hadden, toen ze de klokken  uit de toren haalden om het brons voor de oorlogsindustrie te gebruiken, "vergeten" de tussenliggende verdiepingen te herstellen. Ter hoogte van het plafond van de kerk was in de toren een deurtje dat toegang gaf tot de ruimte boven het plafond. Hier was de ideale ruimte om je te verstoppen. Het loopplanken gedeelte was destijds levensgevaarlijk als je de weg niet kende, anders was er wel een plankje scherp te stellen zodat men door het gestukadoorde plafond in de kerk viel.

Eén van de laatste stuiptrekkingen van de moffen was het afschieten van de zogenaamde V1's en V2's. Vooral de V1's betekenden voor ons gevaar. Ze werden op Londen en Antwerpen gericht. De V2's erg zeldzaam, zag je nauwelijks, hooguit als een witte streep in de lucht. Het toonde na de oorlog aan hoever de moffen waren met deze techniek en ze lagen hierin ver voor op de geallieerden. De V1's afgeschoten in Bornebroek, Rijssen en Hellendoorn hadden de gewoonte om halverwege de start te weigeren. Ze vlogen vrij langzaam en maakten een bepaald geluid. Ze schakelden als het ware in drie trappen. Haalde het ding de derde geluidstrap dan haalde hij het en verdween aan de horizon. Zo niet dan was het afwachten. Ik kan me niet herinneren dat er direct na de start veel ontploften, maar zo'n ding door je huis heen was ook niet aan te bevelen. Op een keer tijdens het melkhalen, fietste ik bij de boerderij van Beltman in Herike toen ook een V1 het niet haalde.

Vlak voor de boerderij was een hoge heuvel (is mijn inziens later afgegraven) waar de V1 op het hoogste gedeelte landde, anders was hij dwars door de boerderij gegaan. Voordat de moffen arriveerden had ik een mooie gelegenheid het apparaat te bekijken. Het was niet meer dan een raamwerk, met drie grote ballen waar kennelijk de explosieven in zaten, door stalen banden bijeengehouden en geheel beplaat. Er stak verder nog een vleugel en een richtingsroer uit en met een grote soort straalpijp voor de voortstuwing bovenop. Dat was alles. De V1's van Hellendoorn op Antwerpen afgeschoten kwamen precies over ons huis heen. De meeste V1's zo bleek later bereikten hun doel niet omdat ze door vijandige jagers uit de lucht werden geschoten.

Op het terrein van het voormalige treintje "Bello" nabij het tuindorp werden de V1's en V2's 's nachts van de trein op speciale aanhangers en trucks geladen en naar de startplaatsen vervoerd. Een keer midden in de nacht, het was aardedonker, is voor zo ver we het na konden gaan zo'n ding voor ons huis van de oplegger op de straat gevallen. Ik heb zelden moffen zo zenuwachtig gehoord.(Je kon ze alleen horen en door de duisternis niet zien).

De Engelsen hebben diverse pogingen gedaan de bruggen over het Twentekanaal te vernietigen. Als de Weldammerbrug aan de beurt was werd de bom precies boven ons huis los gelaten, maar miste meestal het doel . Zo kwam  bijvoorbeeld op de toenmalige tennisbaan eens een bom terecht.

Een beproefde methode was de bogen van de brug met een raket zodanig te raken dat de spanning uit de boog verdween en de brug in het water zou moeten vallen.

Plotseling op een avond stond de houten keet van de moffen tegenover Scherpenzeel, waar nu Zwanendrift staat, in de fik. Het brandde als een fakkel en bleef branden. De Goorse brandweer o.a. ondergebracht naast de toren, vandaar dat er bij ons op het huis en idem bij Sanders een bordje "Brandweer" stond, was in dit soort gevallen niet zo vlot met het blussen van de brand.

De meeste vrienden en vriendinnetjes had ik aan de andere kant van Goor. Je moest om acht uur binnen zijn. Vooral 's winters maakten we gebruik van de pikdonkere avonden, er was geen elektriciteit meer, bovendien was er verduistering. Als Jan Kuiper die ook aan mijn kant van Goor woonde en ik te laat huiswaarts togen, zette ik een hoofddoekje op en Jan met zijn arm om mijn middel en met ijzeren beslag onder de schoenen lijkend op een mof, kwamen we altijd veilig thuis.

E.A. Spoor    Mei 2005

Reacties

afbeelding van poonjan15
De ronde bollen van de V1 zijn houders met samengeperste lucht voor de aandrijving van de gyro-pilot en de servo-aandrijving van de besturings-roeren. De springstof van ongeveer 1000 kg bevond zich in het neus-segment
afbeelding van Tom denney
Ik ben namelijk english , met family uit ww2 een was een oom in 609 squadron bases in East riding, hij was nier gehaald bij de slag om falaise,een bloederig slag in zijn typhoon. En boek waar ik aan lezen was bij Geskreven bij de squadron, s arts . Een zin was over een V1 dat was een treffer op een school in gilze rijen ,aafshuielik.
afbeelding van Herman Sanders
Bij een van de foto's staat de naam van Jan Nanninga, maar dat is niet juist. De man met de armen over elkaar is Henk ten Zijthoff uit Amsterdam. Zijn moeder Jacoba (Jo) achter hem en vader Hendrik daar weer achter.
afbeelding van poonjan15
Hallo Herman, Er waren al wat twijfels over de identiteit van deze jonge man. Goed dat het nu gecorrigeerd is, ik zal het in het artikel wijzigen. Groet, Jan Poortman
afbeelding van Rene Poierrie
Weet u welke Duitsers in de oorlog in het hotel de Herikerberg zaten?
afbeelding van poonjan15
Tot mijn spijt is dat niet bij mij bekend. mvgr. Jan Poortman